Wat is whisky
- 17 aug
- 1 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 25 aug
Volgens de regelgeving van de Europese Unie moet whisky worden gemaakt uit een beslag van gemoute granen, waaraan hele korrels van ongemoute granen mogen worden toegevoegd. Het zetmeel in de granen wordt door de enzymen uit de mout omgezet in vergistbare suikers. Daarbij mogen ook andere natuurlijke enzymen worden gebruikt. Na de vergisting wordt het beslag gedistilleerd tot een alcoholgehalte van minder dan 94,8%. Hierdoor moeten de geur en smaak van de gebruikte grondstoffen in het distillaat waarneembaar blijven. Vervolgens moet het distillaat minimaal drie jaar rijpen in houten vaten met een inhoud van maximaal 700 liter.
Whisky moet worden gebotteld met een alcoholgehalte van minimaal 40%. Er mag geen alcohol aan worden toegevoegd en de whisky mag niet worden gearomatiseerd of gezoet. Wel mag gewone karamel, ook bekend als E150a, worden gebruikt om de kleur aan te passen. Daarnaast mag water worden toegevoegd om de whisky op de gewenste alcoholsterkte te brengen.
Whisky ontstaat door granen te verwerken tot een vergistbare vloeistof en deze na de vergisting te distilleren. Het verkregen distillaat wordt daarna in houten vaten gerijpt. Tijdens deze rijping ontwikkelen zich de kleur, geur en smaak die mede het uiteindelijke karakter van de whisky bepalen.
De grondstoffen, vergisting, distillatie en rijping vormen samen één geheel. Een keuze die vroeg in het productieproces wordt gemaakt, kan daardoor vaak tot in het uiteindelijke glas herkenbaar blijven.