top of page

Hoe beïnvloedt stikstof het mouten

7 okt
2 minuten om te lezen

Het stikstofgehalte van gerst wordt gebruikt als aanwijzing voor de hoeveelheid  eiwit in de korrel. Meer stikstof betekent doorgaans meer eiwit  en relatief minder

zetmeel. Omdat zetmeel tijdens het maischen wordt omgezet in vergistbare  suikers, kan een hoog stikstofgehalte de potentiële alcoholopbrengst verlagen. Dat maakt stikstof tot een belangrijke kwaliteitsspecificatie voor zowel mouterijen  als distilleerderijen.


Eiwitten bevinden zich onder meer rond de zetmeelkorrels in het endosperm. Tijdens het mouten moeten deze eiwitstructuren gedeeltelijk worden afgebroken, zodat water en enzymen het zetmeel tijdens het maischen goed kunnen bereiken. Gerst met een hoog eiwitgehalte kan daardoor meer modificatie vragen. Wanneer die afbraak onvoldoende plaatsvindt, blijft een deel van het zetmeel  minder goed toegankelijk en kan het beschikbare extract afnemen.


Een hoog stikstofgehalte is echter niet alleen nadelig. Eiwitrijke gerst kan meer enzymvormend vermogen hebben. Die enzymen zijn nodig om tijdens het mouten en maischen celwanden, eiwitten en zetmeel af te breken. Dit kan vooral  belangrijk zijn wanneer naast gemoute gerst ook ongemoute granen worden 

verwerkt, omdat die zelf weinig of geen actieve moutenzymen leveren.


Tijdens de afbraak van eiwitten ontstaan bovendien aminozuren en kleine  peptiden. Een deel daarvan komt in de wort terecht als vrije aminostikstof, vaak aangeduid als FAN. De gist gebruikt deze verbindingen voor groei en stofwisseling. Een tekort kan de vergisting vertragen of beperken, maar een  hogere hoeveelheid is niet automatisch beter. De juiste behoefte hangt onder meer af van de giststam, de samenstelling van de wort en het gewenste  vergistingsverloop.


Stikstof kan daardoor ook indirect invloed hebben op het aroma van de uiteindelijke spirit. Aminozuren dienen niet alleen als voedingsstoffen, maar spelen tijdens de vergisting ook een rol bij de vorming van hogere alcoholen, esters en andere aromatische verbindingen. De relatie is echter niet eenvoudig: een  bepaald stikstofgehalte leidt niet rechtstreeks tot één herkenbare smaak. Het effect ontstaat in wisselwerking met het mouten, maischen, de gist en de vergistingsomstandigheden.


Het uiteindelijke stikstofgehalte wordt bepaald door een combinatie van ras en teeltomstandigheden. Bemesting speelt een belangrijke rol, maar ook bodem, neerslag, temperatuur, gewasopbrengst en het moment van oogsten hebben invloed. Een droog groeiseizoen of een lage opbrengst  kan stikstof bijvoorbeeld sterker in de overgebleven korrels concentreren. Daardoor kan hetzelfde ras in verschillende oogstjaren een andere  samenstelling hebben.


Voor een mouterij is niet alleen het gemiddelde stikstofgehalte van belang, maar ook de gelijkmatigheid van de partij. Wanneer korrels sterk van elkaar verschillen, kunnen zij tijdens het weken en kiemen ongelijk reageren. Dat maakt het moeilijker  om een mout te produceren die voorspelbaar modificeert en tijdens het maischen steeds hetzelfde resultaat geeft.


Stikstof is dus geen eenvoudige maat voor goede of slechte gerst. Een hoog  gehalte kan de hoeveelheid zetmeel en de potentiële alcoholopbrengst beperken, terwijl een te laag gehalte ten koste kan gaan van enzymactiviteit en gistvoeding. Het gewenste niveau wordt bepaald door de balans tussen zetmeel, eiwitten, enzymen en vergistbaarheid. Juist die balans maakt een partij gerst geschikt voor de mout- en whiskyproductie.

 
 

Recente blogposts

Alles weergeven
Welke granen worden voor whisky gebruikt?

Whisky hoeft niet uitsluitend van gerst te worden gemaakt. Afhankelijk van het productieland kunnen ook maïs, rogge, tarwe, haver en andere granen worden gebruikt. Sommige whisky’s bestaan grotendeels

 
 
Kun je biologische gerst gebruiken voor whisky 

Biologische gerst kan zonder problemen worden gebruikt voor whisky. De korrel doorloopt in principe dezelfde stappen als gangbaar geteelde gerst: mouten, schroten, maischen, vergisten en distilleren.

 
 
bottom of page